Posts in Category: Uncategorized

Aan de rol

 

Roll-over Bronckhorst                                   20-05-2017

 

Voor de tweede keer doen er vier bewoners van Huis ter Weegen weer mee met deze rolstoel driedaagse.

Doordat het voor hen in de avond moeilijk is om mee te doen, gaan ze alleen de laatste dag mee, zaterdagmiddag.

Met de bus van StichtingBusZutphen worden ze naar Hengelo (gld) gebracht. De start is bij het Gemeentehuis. Bij aankomst worden ze netjes door verkeersregelaars naar een plek gebracht waar ze uit kunnen stappen. De chauffeur, een stagiaire, een dochter en vriend van een collega lopen ook mee om de rolstoelen te duwen. Bij aankomst staan er ruim 50 rolstoelen klaar voor diegenen die zelf geen rolstoel hebben. De organisator Jan Visser houdt een toespraak en dan kan er gestart worden. Het is mooi weer en dat zal de hele middag zo blijven. Dat is boffen, want de avond daarvoor hebben ze in de regen gelopen. De mensen in de rolstoelen en de duwers krijgen allemaal een flesje water en dan is het lopen. Een mooie route door het coulissen landschap van de Achterhoek. Na ruim een uur lopen is er pauze. Daar staan vele vrijwilligers, die koffie, thee, water en krentewegge uitdelen. Een harmonie band zorgt voor de vrolijke noot. Dan is het weer tijd om de laatste kilometers te lopen. Ze worden uitgezwaaid door de harmonie band en de vrijwilligers.

Iedereen krijgt ook nog een mandarijn voor onderweg. Bij de finish staan drie fraai uitgedoste dames, speciaal overgekomen uit het Gooi. Zij geven alle mensen in een rolstoel een dikke zoen en hangen hen een medaille om. Verderop krijgen ze ook nog een zonnebloem.

Dat is het en nu weer terug. Moe, maar wel genoten. Een bewoner hangt zijn medaille aan de rolstoel. Die van vorig jaar hangt er ook nog aan. Hopelijk volgen er nog vele medailles, die allemaal aan de rolstoel komen te hangen.

 

Henny Pikkert

Coördinator activiteiten/welzijn

Huis ter Weegen

 

roll overroll over 2

 

 

Uitje voor chauffeurs 5 november 2016

Jaarlijks uitstapje van Stichting Bus Zutphen (voor chauffeurs en bestuur) 5 nov. 2016

Een verhaal van Weeren en Ribben en een rijke historie.

Het was wat laat in het seizoen en daarom enigszins riskant qua weersomstandigheden. De organisatoren hadden er rekening mee gehouden dat het programma wat aangepast zou moeten worden. Gelukkig bleek dit niet nodig te zijn.

Om 10.00 uur verzamelen de deelnemers aan dit uitstapje zich bij De Pauw in Warnsveld. Twee bussen staan gereed: natuurlijk onze eigen bus maar ook de bus van GGNet, bestuurd door John Sas.

Nadat de proviand en versnaperingen over de twee bussen zijn verdeeld vertrekt de eerste bus, met Lambert en Gerrit als chauffeur en bijrijder, gevolgd door John en zijn passagiers. Gerrit Vasse zit voorin omdat hij geboren en getogen is in Nieuwleusen en omgeving. Dat ligt op de route naar onze eerste bestemming het minuscule dorpje Kalenberg. Hij kent het gebied als zijn broekzak en kan ons vanaf De Koperen Hoogte (de voormalige watertoren even voorbij Zwolle) een mooie toeristische route aangeven. We rijden via Hasselt en Zwartsluis, aan het Zwarte Water, naar het wonderschone vroegere veengebied van de Wieden en de Weerribben.

Gerrit heeft niks teveel gezegd over de route: werkelijk prachtig! We rijden eerst langs het Zwarte Water en vervolgens tussen de Beulakker- en de Belterwijde door, langs Giethoorn en via het enige weggetje voor gemotoriseerd verkeer dat er in het gebied van de Weerribben ligt, naar Kalenberg.

IMG-20161105-WA0012Er is één doodlopende weg naar dit dorpje met slechts ruim 200 vaste bewoners. Op dit moment zijn er ook niet veel meer andere mensen, gunstig voor ons om alles rustig te kunnen bekijken. In de zomer wordt het dorpje overspoeld door toeristen die hier genieten van het landschap en vooral watervertier. Behalve voor watersporters is het gebied ook echt een aanrader voor fietsers die zich achter elkaar aan over de smalle fietspaden tussen de vaarten door bewegen. Het dorpje dat ooit alleen per boot bereikbaar was, is in 1313 gesticht als Calumburg door horigen en de vluchtelingen van toen die in het ontoegankelijke gebied hun vrijheid zochten. Eerst bestond de bron van bestaan uit het afgraven van het veen waardoor de weeren (trekgaten) en de ribben (legakkers) en een door de mens gemaakt zompig moerasgebied ontstonden. Door het dorpje loopt de Kalenbergergracht die eindigt bij Ossenzijl waar we later onze boottocht zullen beginnen. De huizen aan de oostkant zijn met een auto te bereiken maar die aan de westkant alleen met boot of fiets. De bewoners komen hier voor de (relatieve) rust in een gedeelte van het jaar en leven vooral van het toerisme. Een andere bron van inkomsten is de winning van (dun) riet, vooral geschikt voor steile vlakken zoals op rietgedekte molens. Al lopend genieten we van onze lunch en het uitzicht over de gracht vanaf het bruggetje.

IMG-20161105-WA0010Na het bezoek aan Kalenberg vervolgen we onze weg langs kleine boerderijtjes en vervenershuisjes die geen van alle meer als zodanig in gebruik zijn. We passeren een paar oude molens en een eendenkooi en komen aan bij het bezoekerscentrum van Staatsbosbeheer dat nu net een week dicht is: het seizoen is voorbij. Gelukkig kan de platbodem waarmee we een tocht door de weerribben gaan maken, ons nog van dienst zijn voordat hij uit de vaart gaat. Die hebben we namelijk afgehuurd inclusief de heer Vaartjes die de schipper is en voldoende koffie en krentenwegge. Al dat water noopt een aantal van ons echter wel eerst tot een sanitaire stop.

IMG-20161105-WA0007Informatief, ontspannend, humorvol dat zijn een paar kwalificaties van deze boottocht. De heer Vaartjes heeft in zijn verhaal over de vaarten, de rietvelden, de bossen, de vogels, de dieren, de bootbezitters, de kampeerders enz. een hoge grapdichtheid. Zijn verhaal en de tocht zijn aangenaam verfrissend en niet alleen vanwege het regenbuitje op het eind.

We raadplegen de buienradar (wat een gemak die moderne apparaten) en met vertrouwen in de betrouwbaarheid van de berichten besluiten we voor een rondwandeling door het mooie stadje Blokzijl en niet voor de overdekte wereld van het bezoekerscentrum in St. Jansklooster.

IMG-20161105-WA0018Blokzijl wordt een stadje genoemd omdat het, in de tijd dat het nog aan een kanaal lag dat toegang gaf tot de Zuiderzee, een heel belangrijke plaats was (handel in turf vanuit het achterland en als vesting) en… omdat het van 1672 tot 1675 inderdaad stadsrechten heeft gehad. In Blokzijl ligt een oude zeesluis waaraan de plaats zijn naam dankt. Een “zijl” is een sluis en blok staat voor het feit dat deze sluis versterkt was. Dit gebeurde al in de 16e eeuw (1581) tijdens de Tachtigjarige Oorlog om zo aan de oostkant van de Zuiderzee een steunpunt voor de Staatse vloot te hebben en een uitvalbasis tegen de Spanjaarden. Blokzijl stond echter ook een tijd onder Spaans bewind en juist in die tijd ging het heel goed met de stad. Veel van de huidige historische gebouwen zijn nog uit die tijd zoals de hervormde kerk ofwel Grote Kerk. In deze kerk hangt een model van het schip “De Zeven Provinciën” uit 1677. Een eerder model uit 1672 werd door de troepen van de bisschop van Münster gestolen. Op onze wandeling door het stadje hebben we ook de kerk van binnen kunnen aanschouwen.

Alle chauffeurs en bestuursleden hebben erg genoten van deze rondwandeling omdat bijna elk gebouw wel een bezienswaardigheid is zeker in de Kerkstraat, de Domineeswal, de Brouwerstraat, Zeedijk, Bierkade en Noorderkade. Bekend is het sterrenrestaurant Kaatje bij de Sluis met het beeldje van Kaatje op het pleintje aan het water. Al in de 18e eeuw was Kaatje de dochter van de herbergierster van “In den Gouden Walvisch”, die al op 18 jarige leeftijd cheffin werd toen haar moeder overleed. Haar wettelijk vader was vanwege zijn beroep als walvisvaarder nooit thuis. Zij ontpopte zich als de perfecte gastvrouw voor kooplieden, reders en kapiteins van Blokzijl en de roem van Kaatje’s kookkunst verspreidde zich over de wereldzeeën. Kaatje had een grote charme en wist uitstekend met de mannen om te gaan maar trouwen deed zij nimmer…….

IMG-20161105-WA0025

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Heel mooi is ook het rondje om het haventje met Bierkade en Noorderkade (met het kanon) en de grote sluis. Staande op de dijk bij de sluis en mijmerend kijkend naar waar vroeger de zee was, zingt iemand de eerste regel van de Zuiderzeeballade……

20161105_154528

IMG-20161105-WA0043

Bert Haanstra, de cineast, onderkende al de schoonheid van deze plek in 1975 toen hij hier het begin van de film “Dokter Pulder zaait papavers” opnam. Dokter Pulder had zijn praktijk op Noorderhaven 13.

IMG-20161105-WA0040

IMG-20161105-WA0045

Als we ons uit het verleden hebben losgerukt, een kleine versnapering hebben genuttigd en weer in de bussen zitten gaan we op de terugweg naar Warnsveld, sommigen voorzien van de kenmerkende lekkernij: Blokzijler Brok.

We genieten nog even van een mooie route langs Vollenhove en door Zwartsluis en gaan dan de snelweg op omdat het toch al donker wordt. Aangekomen bij De Pauw in Warnsveld zoeken we onze plaatsen op aan een grote tafel voor het diner. Dan schuift ook Harrie Bos aan, de nieuwe chauffeur die vanaf januari 2017 onze gelederen zal komen versterken. Na wat beschouwingen over de mooie dag die we gehad hebben, genieten we van een voortreffelijke maaltijd waarna iedereen voldaan huiswaarts keert.

 

Lambert Kouwenberg

 

 

 

De bus en andere vervoersmiddelen

Op vrijdag 19 augustus stonden er twee uitstapjes voor Het Bornhof op het programma. Een korte ochtendrit voor bezoekers van het Buurtcentrum     en  ’s middags een lange rit over de Posbank.

“Chauffeur, waar gaan we naar toe ?”, vraagt een gast aan de koffietafel bij het begin van het ochtenduitstapje. De wedervraag van de chauffeur is: “Waar zou u naar toe willen?” De reactie is onverwacht: “als het maar niet de Posbank is, daar ben ik al zo vaak geweest”. Ook zonder in de bloeitijd van de heide over de Posbank te gaan kunnen we toch wel een leuk uitstapje verzinnen. De chauffeur stelt een tochtje voor naar het kleinste stadje Bronkhorst en via het pontveer de IJssel over naar Brummen en vervolgens met een mooie route door de binnenlanden van Hall en Voorstonden weer terug. Dit voorstel krijgt goedkeuring vooral vanwege het bezoek aan Bronkhorst en de oversteek met een ander vervoermiddel, de veerpont. Het “museum”-stadje Bronkhorst is eigenlijk altijd een bezoek waard. Dat lijkt ook RTV-Oost te beseffen want we zien dat er tv- opnames zijn. Langzaam rijdend bewonderen we de historische gebouwen en keienstraatjes en rijden de weg in naar het veer dat al op ons ligt te wachten. Naast enkele fietsers zijn wij het enige motorische vervoermiddel. Alle passagiers in de bus zijn verrukt over dit bijzondere tochtje over de IJssel. Geen van allen heeft dit eerder gedaan. Lydia, de begeleidster geeft uitleg over de werking van de pont met kabels en zo. Aan de overkant parkeert de chauffeur even de bus met zicht op de IJssel en genieten we van een drankje. Daarna zetten we de tocht voort door Brummen. Langs Klein Engelenburg (Domus magnus locatie) en kasteel Engelenburg bereiken we het Apeldoorns Kanaal. Via mooie weggetjes omzoomd door berken, de natuurlijke “lantaarnpalen”, rijden we langs Hall en later Huis Voorstonden naar de Hoven. Hier en daar herkennen de passagiers plekken waar ze vroeger vaak kwamen. Bij thuiskomst blijkt vooral de IJsselovertocht indruk te hebben gemaakt.

De deelnemers aan de middagtocht willen juist wel over de Posbank, in de wetenschap dat de bloei van de struikheide (calluna) is begonnen. Er zijn enkele heel mooie uitzichtpunten waarbij je midden in een paarse weelde staat. We gaan natuurlijk via een omweg richting Posbank. Langs Empe en Klein Amsterdam gaan we richting Loenen en het Apeldoorns Kanaal. De passage van het gehuchtje Klein Amsterdam doet een van de deelnemers, een oorspronkelijk Amsterdamse, veel genoegen. Waar de naam precies vandaan komt weet niemand te vertellen. De gelijkenis met Amsterdam is niet duidelijk. Dat is de toevoeging Klein wel. Het gehucht kent zo’n 20 huizen en tussen de 50 en 100 inwoners. Langs het Apeldoorns kanaal rijden we van Loenen naar Dieren en passeren daarbij Eerbeek waar de Eerbeekse Beek onder het Apeldoorns kanaal door stroomt. Aan de oevers van het kanaal bloeien o.a. reuzenbalsemien en koninginnekuid.  Na Dieren en Ellecom gaan we in De Steeg rechts de Veluwse stuwwal op richting Posbank. Dit is een stenen bank gebouwd als eerbetoon aan de heer Pos, 2e voorzitter van de Algemene Nederlandse Wielrijdersbond (ANWB). En wielrijders (tegenwoordig wielrenners) komen er nog steeds erg veel op de wegen over het gebied rond de bank van Pos. Dat merken we als we bij het restaurant koffie drinken, als er veel beweging is van auto’s, motoren en ……racefietsen. Er blijkt een wielerronde te zijn. Van deze vervoermiddelen zullen we deze middag nog veel meer hinder hebben. Als we net vertrokken zijn na de koffie worden we direct door de politie tegengehouden en staan we vooraan om nogmaals de hele karavaan voorbij te zien komen. Als de bezemwagen voorbij is, sluiten we achteraan en vervolgen onze weg. Prachtige omgeving en gelukkig ook veel paars van de hei. Op het punt waar de twee bomen staan die luisteren naar de namen Philemon en Baucis worden we door de politie een andere richting uit gedirigeerd dan we van plan waren. Gekomen aan het eind van de Beekhuizerweg in Velp worden we voor de derde keer tegengehouden, weer vanwege de wielerronde. Het geeft wat oponthoud maar gelukkig hoeft niemand op tijd thuis te zijn. Via Rozendaal en de Schelmseweg gaan we de A50 over en langs vliegveld Deelen. We bereiken Hoenderloo, bekend van het “beste ijs van de Veluwe” en rijden naar een andere heel bekende plek. Vroeger, voordat de A50 er was, ging er geen dag voorbij dat niet de Woeste Hoeve werd genoemd in de filemeldingen. Het restaurant is er nog altijd maar is van een chauffeurscafé veranderd in een chique restaurant, schuin tegenover het monument ter nagedachtenis aan de geëxecuteerden van de aanslag op de Duitse officier Rauter.  We rijden over de Groenendaalseweg naar Loenen en passeren de erebegraafplaats. Van Loenen gaan we via Eerbeek met het gelijknamige Huis te Eerbeek en de oliemolen terug naar Zutphen. Om half zes, dat valt toch nog mee, bereiken we Het Bornhof en kan iedereen “moe maar voldaan”, uitstappen en zeggen we: het was leuk, tot de volgende keer.

Lambert Kouwenberg, chauffeur